Kinderen | Kinderergotherapie
Kinderergotherapie is erop gericht om kinderen te helpen bij hun ontwikkeling en ze zo zelfstandig mogelijk thuis, op school en tussen leeftijdsgenootjes te laten functioneren.
Kinderergotherapie is gebaseerd op de interacties tussen het kind, zijn omgeving en zijn handelen. Met het handelen van het kind worden de dingen bedoeld die het kind zelf wil doen, maar ook voor een groot deel de dingen die thuis en zeker op school worden verwacht van het kind. Dit is zintuiglijke prikkelverwerking, ook wel sensorische informatieverwerking genoemd.
Kinderergotherapie is er voor kinderen die moeite hebben met het uitvoeren van praktische handelingen, de motoriek of de verwerking van zintuiglijke prikkels. Hierbij kun je denken aan:
| Op school |
|
- Moeite met fijne motoriek zoals knippen, scheuren, vouwen, kleuren.
- Problemen met schrijven: slordig handschrift, laag tempo, pijn tijdens of na het schrijven.
- Moeite met de zithouding: onderuitgezakt zitten, niet stil kunnen zitten, verkrampte houding bij het schrijven.
- Moeite met aanleren van nieuwe vaardigheden.
- Moeite met vloeiende oogvolgbewegingen: met lezen steeds de regel kwijt zijn of stukjes overslaan.
- Snel afgeleid zijn, moeite hebben met concentreren, problemen met samenwerken.
|
| |
|
| Zelfredzaamheid |
|
- Moeite hebben met het open- en dichtmaken van knopen.
- Moeite hebben met het veters strikken.
- Moeite hebben met het hanteren van bestek.
- Problemen hebben met de samenwerking van beide handen: onhandig zijn, vaak iets omstoten.
|
| |
|
| Spel |
|
- Weinig of moeilijk kunnen spelen.
- Niet mee kunnen komen met vriendjes.
- Overgevoeligheid voor tastprikkels zoals aangeraakt worden door anderen, niet houden van vingerverven of spelen met zand.
- Angst voor bewegen: bang om te vallen, niet graag schommelen en klimmen.
|
| |
|
| Zintuiglijke prikkelverwerking |
|
- Bang zijn om te vallen, schommelen of klimmen.
- Juist veel en vaak bewegen zonder gevaar te zien.
- Moeite hebben met stil zitten en stil staan.
- Onhandig zijn en vaak en veel ongelukjes hebben.
- Sommige materialen (zand, klei of vingerverf) mijden of juist uitsluitend mee spelen.
- Niet door anderen aangeraakt willen worden (knuffelen, haren wassen, douchen).
- Snel afgeleid zijn en moeite hebben met concentratie.
|